Hongarije heeft een eeuwenoude traditie in het maken van wijnen. Archeologische vondsten tonen aan dat er in de 5e en 6e eeuw voor Christus al wijngaarden bestonden in het Karpaten-bekken. Men vermoedt daarom dat de Kelten, die daar toen woonden, al wijn maakten.

Nadat de Romeinen rond het jaar 9 voor Christus het zuiden en westen van het huidige Hongarije in bezit namen en er de provincie Pannonia stichtten, nu Transdanubia, namen wijnbouw en wijnproductie een grote vlucht. Ceasar Domitianus vaardigde in het jaar 92 na Christus zelfs een decreet uit om de snel bloeiende wijnhandel met de daarin onderling concurrerende wijnproducenten te reguleren.

Ook de Avaren in het midden van de 6e eeuw en daarna de Magyaren, die eind 9e eeuw het Karpaten-bekken introkken, hadden al kennis van wijn omdat zij vanuit de oostelijker gelegen streken rond de Oeral naar het westen trekkend met Turkse volken in aanraking kwamen. Met betrekking tot wijn zijn er daarom nog Turkse woorden in omloop. Ook het Hongaarse woord voor wijn “Bor” is uniek want in veel Europese talen is het woord wijn van het Latijnse woord “vinum” afgeleid. Na de kerstening van Hongarije ontwikkelde de wijnproductie zich op vergelijkbare wijze zoals in de andere Europese wijnlanden. In de middeleeuwen ontwikkelden vooral monniken nieuwe technieken en wijnen en stimuleerden koningen en adel de wijnproductie waardoor Hongaarse wijnen in heel Europa beroemd werden.

Door de vele oorlogen en veroveringen die Hongarije na de middeleeuwen teisterden, ging de kwaliteit van de wijnbouw achteruit. De Mongolen, Turken en daarna de Habsburgers maakten het de Hongaren niet makkelijk om de wijnbouw in stand te houden. Sommige wijnregio’s echter bleven relatief gespaard omdat de wijnen die er vandaan kwamen, zoals uit Tokaj, vermaard waren in Europa. Eind 19e eeuw kwam er nog eens de phylloxera bacterie overheen. Deze epidemie trof het hele land en bijna alle wijnstokken stierven. Toen de wijnbouw zich weer net had hersteld kwam de Eerste Wereldoorlog en het hieruit volgende – en voor Hongarije funeste – Trianon Verdrag, waardoor het land tweederde van haar grondgebied af moest staan. Veel wijnbouwgebieden gingen voor Hongarije verloren. Het is bemoedigend te zien dat ondanks de Tweede Wereldoorlog en vooral het communisme daarna met het confisqueren van particuliere bedrijven door de staat, de wijnteelt sinds begin jaren negentig een wederopbouw kent als nooit tevoren. Met steun vaak van Italiaanse, Spaanse en Franse wijnmakers worden investeringen gedaan, sterkere druivenrassen gebruikt maar ook de typische Hongaarse druivenrassen opnieuw neergezet en veredeld. Regio’s zoals Tokaj en Eger die minder te lijden hadden van het communisme omdat de staatsbedrijven daarmee goede sier konden maken in het buitenland, zijn op dit moment wat marketing en export betreft de grote jongens. Sinds ongeveer tien jaar beginnen ook de kleinere en voor ons vaak minder bekende wijnregio’s zich flink te ontwikkelen. De energie en het enthousiasme van de wijnmakers in Villány en het gebied daar omheen bijvoorbeeld, waar veel dieprode wijnen vandaan komen, staan symbool voor de nieuwe tijd.

Hongarije is weer een land met een grote potentie aan verschillende wijnen. De productie is natuurlijk kleinschaliger dan in Frankrijk, Spanje en Italië maar juist vanwege de specifieke druivenrassen, het verschil in bodemsoorten en klimaat maken Hongarije tot een palet met vele smaken en geuren. Als je een van de grotere wijnfestivals van Hongarije bezoekt is het aanbod aan wijnen zo groot dat je door de flessen bijna het glas niet meer ziet. Zo rijk en veelzijdig is Hongarije met haar wijnen. Hongarije verdient daarom een speciale plaats in de wijnwinkels en wijnkelders van Europa!